1e Jaarcompetitie wedstrijd
Vuntus - zaterdag 26 september 2026
De Wintercompetitie is weggevallen. We vissen nu de wedstrijden verspreid over de winter ‘26 en het jaar ‘27 tot en met 4 september ‘27. In totaal 14 competitiewedstrijden.
De eerste wedstrijd is vandaag in de Vuntus.
Aan het weer kan het niet liggen, zou je denken. Noorderwind is voor vissers niet een favoriete windrichting, maar hij is niet hard, het blijft droog en bij de temperatuur past wel een jasje.
Als ik van huis vertrek wordt het al snel een zoektocht. De ene wegafsluiting volgt de andere op en Google blijft me maar om sturen. Uiteindelijk rijd ik helemaal binnendoor naar Oud-Loosdrecht.
Ik begrijp het wel, wij willen allemaal autorijden op goede wegen en ja, als vroege visser heb je dan last van hun nachtwerk, de weg moet toch een keer gerepareerd worden. Blij dat ze dat midden in de nacht doen, als ieder niet vissend mens nog lekker tussen de klamme lappen ligt, maar lastig voor ons af en toe.
Gelukkig ben ik thuis op tijd vertrokken en is er niets aan de hand. Gerrit, mijn bootmaatje, loopt al te sjouwen als ik arriveer en de verkozen boot ligt geduldig te wachten.
Natuurlijk sjouwt hij niet als enige in de pikdonkere haven, waar de bouwlamp van John verlichting geeft.




Veel vissers zijn afwezig, maar liefst 7 mensen.
Van Peter en Maarten weet ik dat zij vandaag afreizen naar Ierland om een paar mooie snoeken te gaan vangen. Dat wordt een spannende trip!
Onderstaande foto’s krijg ik een paar dagen later toegestuurd. Grotere vissen dan de torretjes op de Vuntus weet ik inmiddels…. Mooie vissen mannen, daar doen jullie het voor!
En jaloers zijn we ook niet;)



Maar goed, de Vuntus.
Om 7h, het is nog niet eens licht, varen we uit. Rust is geboden. De aanwonenden kunnen, na ons rumoer op de steiger, nu alleen nog het geklots van de peddels horen en weer ongestoord in slaap vallen.
Ons motortje start buiten de haven in één slinger aan het touw. We hebben een oversteek te maken, want we gaan aan de overkant van de plas liggen, met de wind achter de begroeiing en in de rug.
Alle bootjes varen zo hun eigen koers, op weg naar hun eigen stek.


Er staat toch nog een flink windje uit het Noorden. Er is geen enkele beschutting op de plas, de golfjes klotsen er op los en de temperatuur zorgt voor een kil gevoel.
Wij varen echter stug door, de knopen dicht tot in de hals.
Aan de overkant zoeken we onze ligplaats en prikken de staken in de bodem, die hier vrij zacht is.
De knopen gaan weer los. We zitten heerlijk uit de wind en het oppervlak van het water is als een spiegeltje.
We hebben er zin in en we hebben de ongestaafde verwachting dat we vis gaan vangen!


We besluiten ter plekke om de voerstrategie aan te passen. Tot nu toe bevoerden we onze visplek met ieder ons eigen voer. Dat gaan we nu veranderen. We maken één wat grotere centrale voerplek, met voer van Harry, recht naar voren en ieder een voerplek naar de zijkant van de boot met eigen voer.
De redenering is: Harry ving vorige keer een dikke 20 brasems, terwijl Gerrit geen stootje beet kreeg. We willen beiden gaan voor het visplezier en dat krijgen we als we beíden vis vangen. De klassering is dan van ondergeschikt belang, al zijn we daar toch twijfelachtig over, omdat het wel een competitie is waar we aan deelnemen en het dus wedstrijden, met daaraan vast een klassering, zijn…..
We doen het gewoon en zien daarna wel weer verder.
Het wat schrale voer wordt verrijkt met gemalen maïs, casters, dode en levende maden, gekiemde hennep en geknipte wurmen. We willen bereiken de brasem erop te krijgen, maar de voorns niet over te slaan en tegelijkertijd de vis niet te overvoeren, maar te zorgen dat ze ons aas op gaan eten.
Aan de zijkanten voeren we beiden wat balletjes bestaande uit wat rijker voer, beide plekken zijn veel kleiner van omvang.
We bevissen eerst de gezamenlijke plek. De beten blijven uit, we verbazen ons dat zelfs de kleine visjes verstek laten gaan. Aan de andere kant weten we dat we wat geduld moeten hebben voor de vis arriveert als die er nog niet zwemt. Ook aan de zijkanten blijft het aanvankelijk oorverdovend stil.
Zou het toch de noordenwind zijn?? De voerstrategie??
Na een tijdje is het dan toch zo ver, het dobbertje wipt wat op en neer en gaat onder, slaan en een klein visje komt boven. Ok, eerst de kleine vis en dan de grote….

Vooruit vissen levert echter nauwelijks beten op. De zijkant gaat beter. Dat wil zeggen, een spaarzame maatse voorn pakt voorzichtig ons aas. Het gaat totaal niet.
Zo tobben we op onze voerplekken een tijdje door.
Ik houd ondertussen nauwlettend alle beweging aan het wateroppervlak in de gaten. Zie ik belletjes, zie ik voerdeeltjes aan de oppervlakte komen, vallen de beten van de hele kleintjes ineens weg? Maar, ik zie helemaal niet zoveel.
Af en toe zet ik toch maar de dobber wat hoger en steek een mestpiertje aan de haak. Eens kijken of er al brasem gearriveerd is.
Ik wacht en wacht en wacht. Hum, blijkbaar zijn ze er nog niet.
Ff het andere plekje ook proberen.
Niet haasten; piertje een keer wat optillen of een beetje verslepen kan ook helpen.
En ja hoor, na wat op en neer gewiebel zie ik mijn pennetje schuin weglopen. Heerlijk die beweging.
Ik wacht nog een tel voor ik sla, maar daarna hangt’ie. Denk ik. Het duurt een paar tellen, we zien de brasem aan de oppervlakte en… pats, los!!!! Nee, dat ook nog!!!
Uiteraard voer ik hetzelfde ritueel nog eens uit, want een brasem zwemt doorgaans niet in z’n eentje. We wilden bijna verhuizen, maar nu breng ik nog wat geknipte wurmen op de stek.
Helaas blijft het echter alleen nog bij wat dansen van mijn dobbertje. Mijn gevoel zegt dat er brasem zwemt, maar dat ze zeer, zeer voorzichtig zijn en/of geen trek hebben.
We tobben nog wat door met een aantal teleurstellende, te korte, visjes.
Ondertussen heeft John gebeld: ‘het is knudde’ en zijn Melis en Willem al voor de tweede keer verkast.
Dat laatste verbaast ons, want we dachten dat dit niet mocht. Ik zoek het op in het wedstrijdformulier en het staat er inderdaad, tenzij het anders geïnterpreteerd moet worden. Wij snappen het niet meer en besluiten dat een wedstrijdcommissielid (Melis)het wel beter zal weten dan twee onnozele niets vangende vismaten.
We gaan dus ook verkassen…en varen in strakke lijn recht naar de overkant, waar de wind op staat.
Staken in de grond, touwtjes erom, peilen, voeren.
We kiezen ervoor om ieder onze eigen visplekken in te richten met ons eigen voer.
Het blijft helaas ook nu tobben, zij het met de rits dicht en een extra jas aan. Het blijft bij kleine visjes, al vangt Gerrit nog een brasem en verspeelt hij er een, terwijl ik er drie verspeel. We krijgen de gang er helaas niet in vandaag.
Om 12:30h. is het einde wedstrijd, dus inpakken en meten. John en Gert zijn daar snel klaar mee.
In de haven horen we alle verhalen aan.
Melis, Gert, Willem en ik konden nog geen 10 visjes vangen. Onvoorstelbaar.
Erik, John en Erwin vingen er ongeveer 30 per persoon. Waarvan Erwin er een dikke twintig brasems uit hengelde! Om jaloers op te zijn.
De meeste andere vissers vingen er tussen de, ongeveer, 20 en 30.
Eigenlijk vingen we allen niet al te veel vis. Het zij zo, je kunt niet alles naar je hand zetten.
Erwin verliet het vistoneel met de beste plek, hij werd keurig eerste. John, naast Gert in de boot, ging ervandoor met de tweede plek en Erik haalde wat oude trucjes uit de doos, hij werd keurig derde en trakteerde zichzelf op een biertje.
Gefeliciteerd heren, goed gevist en dus goed gescoord!

De kop van deze ‘nieuwe’ competitie is er af en we gaan door naar de tweede wedstrijd bij de Melm.
Graag tot dan!
Door:
Harry Snoekbaars