5e Zomercompetitie wedstrijd
Vuntus - zaterdag 6 juni 2026
De vorige wedstrijd, Bestevaer, miste ik, maar vandaag ben ik weer van de partij.
Ik heb vistechnisch eigenlijk niets gemist, want ik hoorde en zag in de uitslagenlijst dat de vangsten bedroevend waren.
Vandaag echter is het een andere dag en vissen we in een ander water.
De weerkaartjes zien er goed uit, afgezien van de wind die aardig aantrekt tot windkracht 3. Daar ga ik rekening mee houden bij het ‘bezetten en inrichten’ van mijn stek.


Er zijn wat afzeggingen (Erik, Gerrit, Peter), waardoor ik geen bootmaatje heb en alleen zal uitvaren. Zonder maatje vissen lukt prima, maar in je eentje een gesprek voeren is wel een beetje vreemd en saai.
Bij de bootverhuur is het een drukte van belang. Sjouwen met spullen vanuit de auto de boot in. Motortjes bevestigen en staken regelen.


Om 6 uur varen we uit en licht is het ook al.
Jonathan heeft voor iedereen een zak koeken meegenomen, dat wordt smullen. Hartelijk dank Jonathan.Toch makkelijk als je bij een bakkerij werkt.
Ik lig op de kop van de steiger en roei stilletjes de haven uit, aanwonenden zullen mij niet horen. Het beetje wind op de plas waait in mijn rug en als een Viking peddel ik mijn stek tegemoet om daar de strijd aan te gaan.

De ‘steekijzers’ zijn net lang genoeg, 3m., om de boot aan af te meren. Vervolgens maak ik al mijn spullen gereed. Wel heerlijk ruim, zo’n boot voor jezelf. De viskist staat in het midden, lekker stabiel met plankjes onder de pootjes tegen het beschadigen van de polyester bodem. Alle andere benodigdheden kunnen op de juiste plek om me heen staan of liggen, ‘plexat’.

Ik ga vissen met een 1,5 grams dobber, ook al is het water rustig. De wind gaat toenemen en dus zal het onrustiger worden op mijn stek. Om mijn aas
toch natuurlijk aan te kunnen bieden wil ik niet dat mijn dobber alle kanten opgeblazen wordt, waardoor het aas meegesleept wordt en ook nog eens heel onrustig op en neer staat te dansen door de golfslag.
Als alles gereed is en op de juiste plek ligt, ga ik eerst peilen. Dat doe ik op drie plekken: links, rechts en recht vooruit. Ik peil met een heel licht stukje bladlood, waar ik een stukje foam tussen geknepen heb. De bedoeling is dat het stukje lood op de drassige bodem blijft liggen en er niet in wegzakt, zodat je precies weet wanneer je met staande haak vist en dus hoe diep het is. Uiteraard kun je daarna altijd nog variëren in lijnlengte, afhankelijk van de beetreactie van de vis. Met type-out markeer ik de dobberstand op de hengel.
Daarna voer ik de drie stekjes aan met heel los aangeknepen voer, zodat het niet direct in de bodem zakt door de zwaarte en hoge dichtheid.
Ik start met vissen op de ‘hoofdstek’. De vis ligt daar duidelijk nog niet, want er gebeurt helemaal niets en dat blijft een aantal, heel lange, minuten zo. Maar, zoals zo vaak, gebeurt het toch dat de dobber een eerste keer onder gaat en mijn eerste maatse voorn in de boot belandt. Mooi zo, mijn tellertje is van de nul af.
Twee nieuwe maden aan de haak en even later landt ik een halfwas brasem die zich niet snel gewonnen geeft.
Gert en John zitten een stuk verderop, maar o.a. door de wind kan ik hen letterlijk verstaan: ‘Je hebt amper ingegooid en meteen een brasem aan de haak, hoe is het mogelijk?’, zegt John tegen Gert. Waarschijnlijk antwoordt Gert: ‘Ja, omdat ik kan vissen en jij niet…!’, maar dat versta ik dan weer net niet.


De vis is ondertussen gearriveerd en bij vlagen vang ik ze ook. Het lukt me niet om steeds vis op de plek te houden, zo lijkt het. Met enige regelmaat valt het helemaal stil.

Zo’n stil moment is mijn kans om thee te drinken en Jonathan te ‘eren’. Hij denkt toch maar aan ons en ik geniet daar volop van. ‘Bedankt man, ik heb er zin in!’, zeg ik hardop en neem een flinke hap. Heerlijk!
Verderop wordt het rumoerig en hoor ik een buitenboordmotor starten. Gert en John gaan verkassen. Een week geleden ving, vooral Gert want die kan vissen, daar volop vis, maar toen was het ook 25°.
De telefoontjes met diverse andere vissers boden ook geen uitkomst: de vangsten blijken zeer wisselend, van heel goed (Erwin en Sjaak) tot heel taai (Maarten en Melis).
Ik vang veel kleine vis, maar ook mooie maatse voorns, bleien en brasems, maar de tussenstops ontregelen de vangst ook flink.
Het is 10 uur, zegt de dorpsklok. Als ik wil verkassen, moet ik het nu doen. Voor je weer aan het vissen bent en je stek(-ken) weer opgebouwd hebt, ben je zo een dik half uur verder.
Ik neem de beslissing om te blijven liggen en te denken aan de ‘wijze uitspraak’ van diverse concullega's: ‘Op de Vuntus weet je dat de brasem gaat komen, heb geduld!’
Ik breng nog wat voer en werp wat losse maden en casters en ineens vang ik weer wat vis, kleintjes, maar ook maatse.
Om 11 uur gebeurt het ineens. De klok heeft net geslagen en mijn dobber loopt langzaam weg. Aan de haak een wurm en twee maden. De brasem kon het hapje niet weerstaan en laat mijn teller weer wat oplopen. Dat gebeurt 5 keer achter elkaar! Dat gaat lekker zo. Ze zijn gearriveerd, durf ik te denken.
Helaas, het was maar een klasje en geen school die voorbij zwom. Ik houd moed en blijf vanaf 11:30 uur stug door vissen en hopen op nog een klasje.
Wel wissel ik af en toe van stek en diepte om ook de voorns te kunnen verrassen.
Ik heb in de gaten dat het vandaag draait om ‘verandering, actie, creativiteit en aanpassing’. Ach, is dat eigenlijk niet bijna altijd zo? Wanneer kun je nou 5 uur lang vissen en al die uren precies hetzelfde doen om vis te vangen?
Als de torenklok twaalf keer geslagen heeft, pak ik alles in, behalve de kop thee en, vooruit dan maar, nog een koek, ondertussen wachtend op de ‘meters’.
Maarten en Melis laten echter niet lang op zich wachten en leggen nauwkeurig de resultaten vast op mijn telkaart.



We blijven nog even liggen en praten de ochtend door, alvorens we tegen de wind in richting de haven spetteren. Mijn bootje laat zich echter prima terugsturen.
Opnieuw sjouwen, opruimen en verhalen delen.
De grote tafel onder het afdak is snel bezet en staat in mum van tijd vol met eten en drinken. Altijd weer een gezellige boel, waarbij het zelfs mogelijk blijkt om in uiterste concentratie hele rijen cijfers op te tellen.


Uiteindelijk is het uiteraard John die de uitslag bekend maakt.
De winnaar steekt er vandaag duidelijk bovenuit; Sjaak (64 stuks, 14.33m), goede tweede: Erwin (51 stuks, 11.99m) en derde Harry (51 stuks, 11.44m). Gefeliciteerd jongens.
De verschillen in vangsten zijn groot vandaag; van 64 stuks naar 8 stuks is een heel groot verschil. Het typeert deze dag.
Opmerkelijk vind ik de vangsten van Benjamin en Arie. Zij konden zich optrekken aan de cracks naast hen in de boot, respectievelijk Erwin en Sjaak. Goed gedaan mannen!
Tip: volgende keer van bankje wisselen!
Natuurlijk heeft iedereen zijn/haar uiterste best gedaan en komt ook hen alle lof toe.
Er komt altijd weer een volgende keer, dus niet getreurd als het vandaag tegen zat.
De flessen op de tafel zijn meegenomen door Gert, namens de wedstrijdcommissie.
Iedereen krijgt als surprise een overheerlijke fles rosé mee naar huis.
En zo kunnen we terugkijken op een mooie winderige vistochtend met wisselende vangsten en toch met de mogelijkheid om daar op te kunnen proosten.


Door:
Harry Snoekbaars