8e Zomercompetitie wedstrijd
Vuntus - zaterdag 25 juli 2026
Ja, je leest het goed: ‘Vuntus’.
De bedoeling volgens schema was ‘Melm’ bij Soest. De dijk is echter bezet door de schapen en die zijn, volgens de bezitter, niet zo één, twee, drie te vangen. Daarmee vervalt het vissen aldaar op deze dag.
Ik snap dat niet helemaal, je hoeft er toch maar één te vangen en over de dam te sturen?!

Gelukkig heeft de wedstrijdcommissie snel een andere optie gevonden: de Vuntus, bij Oud-Loosdrecht. Betekent wel: vroeg uit de veren en verder reizen, maar ook een prachtige locatie, meer vis (waarschijnlijk) en goed eten en drinken na afloop.
Een heel aantal vissers laat verstek gaan: Maarten, Enzo, Arie, John Hu., Willem, Melis en Benjamin.
Mogelijk als gevolg van de net begonnen zomervakantie. Niet handig om in de vakantie door te plannen, maar er zijn wat ideeën om dat op te lossen en dan nog is er altijd wel iemand die ergens niet kan. Zoals ook opgemerkt werd aan de waterkant: ‘ je kunt het niet iedereen naar de zin maken’.
Een interessant agendapunt voor de jaarvergadering, dat wel.


Het weer is prima vandaag: weinig wind uit het zuiden, zonnig, maar niet te heet. Precies de goede omstandigheden om op de Vuntus vis (lees: brasem) te vangen.
Bij Manten regelt Gert het parkeren, die man kan ook alles, zodat iedereen een plekje heeft. Daarna kunnen alle spullen de bootjes in.
Een enkeling gaat roeien, maar de meesten hebben een motortje, al of niet elektrisch.
Om 6 uur varen we allen, zachtjes roeiend, de haven uit, om bij het strandje de machientjes aan te trekken of de draden aan de accu te pluggen.
Gerrit en ik slaan linksaf en genieten direct van het beeld waarmee de opkomende zon ons verrast. Schitterend gewoon!



We hebben staken laten maken van metalen leidingen. Zwaar, maar functioneel. De bodem in de Vuntus kan kei en keihard zijn, maar op ‘onze’ stek dringen ze prima de bodem in. We hebben de wind iets schuin van achteren. Touwtjes om de staken, de spullen uitpakken en in gereedheid brengen. Het is heerlijk rustig, de temperatuur is prima, een jas is niet nodig.
We peilen uit door de tuigloodjes naar de haak te verschuiven. Daardoor kunnen we heel precies de diepte meten, zonder dat een peillood de modder in zakt. Als de bodem hard is, is dat niet nodig natuurlijk.
Het nadeel kan zijn dat je je lijn beschadigt. Dat gebeurt vooral als de loodjes te vast op de lijn geknepen zijn, maar dat merk je direct. Stevig aanknijpen is sowieso niet handig, want je wil af en toe ook je loodsetting veranderen.
We maken wat voerballetjes en werpen/cuppen die op de juiste lengte van de boot af en dat doen we op twee plekken: middenop en tegen de plompen aan
Gerrit begint bijna direct vis te vangen, maar ik krijg geen stootje…. Als dat een kwartier zo blijft vertrouw ik het niet meer. Ik ga opnieuw peilen. Hum, niet echt de oorzaak, de diepte is hetzelfde. Maar ik moet/wil wat doen. ‘Meer van hetzelfde’ gaat me natuurlijk niet verder helpen. Ik besluit toch wat ondieper te gaan vissen. Meestal komen er allerlei voerdeeltjes vrij die, vooral kleinere vis aantrekken. Ik moet toch in ieder geval beet kunnen krijgen!
Mijn twee maden zakken naast de waterleliebladeren de diepte in en direct verdwijnt mijn dobben ze achterna. Ik voel dat het een wat grotere vis is die flink weerstand geeft. Het is een prachtige ruisvoorn. Zo, de teller krijgt een tikje en het getal 1 verschijnt.
Nog maar een keer hetzelfde doen. Weer een vis, helaas te klein. En nog één. Mijn vertrouwen neemt toe. Zeker als ik op beide plekken vis ga vangen.


We zitten beiden lekker bezig te zijn. Gelukkig! Jammerlijk genoeg vangen we heel veel (te) kleine vis: voorntjes, alvers, blijtjes. Ook een enkel baarsje en grondel komt boven water. Gerrit telt vaker dan ik, de gang zit er bij mij nog duidelijk niet in.
Tussendoor prikken we steeds een wurm aan de haak en schuiven we de dobber een stukje omhoog; de brasem heeft zijn eten graag stil op het bordje liggen. We krijgen van de platten vervolgens geen enkele respons. Wel vangen we wederom voorntjes of bleitjes. Dat is niet de bedoeling, maar het zij zo.
Als mijn dobber weer langzaam de diepte in duikt, is het dan toch raak. Een schitterende donkere vloermaat laat mijn hengeltje flink buigen. Ook bij Gerrit hoor ik flink geplons. Goed gedaan man! Kijk, dat willen we. Snel weer een nieuwe wurm geprikt en op hetzelfde plekje ingeworpen…… Niets meer…. Teleurstellend. We hoopten dat ze gearriveerd waren, maar niets is minder waar. Even later veranderen we de dobberstand weer om direct opnieuw de kleine vis te vangen.
In de verte zien we veel beweging in de boot van John en Gert. Zij gaan verkassen. Het kost ons iedere keer een gesprek met allerlei overwegingen, maar we houden stand door de zelfbedachte wetenschap dat op de Vuntus de brasem heus wel komt en dus blijven we liggen waar we liggen.
De wind is wat opgestoken, dat vinden we heerlijk verkoelend en gelukkig hebben we er geen last van. Een beetje reuring kan zelfs wel eens heel positief werken.
Eerst maar een bakje en een krentenbolletje. Daarna weer een balletje voeren en nog maar eens de dobber omhoog schuiven.
Tot nu toe heeft Gerrit er steeds de gang in, terwijl ik alles uit de kast moet halen om een (ondermaatse) vis te vangen. Je kunt dus heel makkelijk jaloers worden op je beste vismaat, terwijl ik het hem van harte gun! Een raar fenomeen.
Maar, dan gebeurt het…., mijn dobbertje komt iets omhoog en loopt vervolgens schuin weg.
Direct spanning.
Ik sla en voel onmiddellijk flink gewicht en beweging. Als een speer zwemt de vis naar de zijkant, mijn hengeltop er achteraan. Het gaat gelukkig net goed en na deze run is de meeste spanning verdwenen. Voorzichtig begeleid ik de mat naar mijn schepnet. Zo, dat tikt direct aan in centimeters.
Nog maar eens proberen. Het duurt een tweetal minuten voordat het weer raak is. Lekkerrr!
Hetzelfde ritueel herhaalt zich en de vis glijdt in het leefnet.
Klein balletje voer bijwerpen. Wurm aan de haak en opnieuw proberen.
Weer raak!
Gerrit kijkt en vreest het ergste. Zijn beten zijn bijna totaal weggevallen.
Een paar minuten later beweegt de volgende brasem richting mijn schepnet. Wat heerlijk en wat frustrerend!
Ik mis er een tweetal voor de volgende hangt.
De beten blijven aanhouden, de kanjers hebben trek en zo gaat het een tijdje door.
Vreemd dat we zo dicht bij elkaar zitten en dat er maar 1 persoon vangt.
‘Sorry, Gerrit’, zeg ik, ‘ik kan er niets aan doen’ en, dat is dan ook wel weer zo, ik wil er ook niets aan doen, al wens ik eenzelfde school vissen op zijn stek.
Uiteindelijk zal blijken dat ik er in totaal 24 vang.
Om twaalf uur is het inpakken geblazen. We moeten lang wachten op John en Gert voor de meting. Een defecte motor is de oorzaak en een nieuwe bougie de oplossing.
Gerrit heeft er toch 37 stuks gevangen en wordt daarmee negende.
Het leefnet van Harry is nauwelijks te tillen. Echt fijn is dat niet voor de vis, maar het gaat allemaal goed.


We varen rustig terug. Er zijn veel bootjes, suppers en zwemmers die bij de doorgang onde de weg, van het heerlijke weer en dito water genieten.
Ondertussen horen we dat Jonathan en Erwin ook grote aantallen brasems gevangen hebben. Het blijft altijd spannend tot het eind.
Als we onze spullen in de auto’s hebben, gaat Gerrit direct naar huis en ga ik nog een drankje doen, net als de anderen. We hebben elkaar veel te vertellen en dat is heel gezellig.


Na de telling is het duidelijk dat Sjaak derde is geworden, Erwin tweede en Harry eerste.
Hartelijk gefeliciteerd mannen.
John, Jonathan en Gert volgen elkaar daarna met kleine centimeterverschillen op.
De daarna volgende vangsten lopen geleidelijk verder af, totdat Hanneke de lijst afsluit.
Ik denk dat de vangsten veel groter zijn dan dat we bij de Melm gevist zouden hebben.
We kunnen de schapen dankbaar zijn en tegelijkertijd de wedstrijdcommissie.
De totaalstand zal er waarschijnlijk wel wat anders uitzien, al zullen de verschillen niet heel veel oplopen.
We mogen nog twee wedstrijden tegemoet zien en daar hebben we erg zin in.
Door:
Harry Snoekbaars